All Posts

Home Forums Inleiding Bijbel – OT doelstellingen verwachtingen voor het vak inleiding OT

2 berichten aan het bekijken - 1 tot 2 (van in totaal 2)
  • Auteur
    Berichten
  • #3017
    NathalieGeerts
    Deelnemer

    Beste,

    omdat ik me goed wil voorbereiden en we jammer genoeg te maken met een “corona-situatie” , die al snel onduidelijkheden met zich meebrengt, deed ik een poging om de belangrijkste punten (zoals ik die begreep) op te lijsten als een mogelijke doelstelling voor mezelf. Ik doorliep hierbij enkel de samenvattingen en de powerpoints.
    Wellicht niet volledig , dubbel of helemaal mis …..

    Het zou geweldig zijn indien je bereid zou zijn dit even kritisch te bekijken, te schrappen en eventueel aan te vullen zodat de doelstellingen van dit vak snel duidelijk zijn voor ons.

    1. student zoekt op basis van een bijbelreferentie de juiste bijbel passage op in de de beschikbare bijbel
    2. student maakt een onderscheid tussen canonieke, deuterocanonieke, en apocriefe boeken voor voor de katholiek bijbel
    3. student omschrijft de historische en inhoudelijke waarde van de vondst in Qumran.
    4. student toont inzicht aan in de opbouw, inhoud van het OT
    5. student gebruikt de beschikbare informatie – die beschikbaar is in de bijbel- correct
    6. student verklaar de verschillen tussen volgende canons (septuagint, hebreeuwse, RK en protestantse)
    7. student beschrijft kort de betekenis en waarde van de termen “oud” en “testament”
    8. student beschrijft de achterliggende gedachtengang bij de opmaak van de Griekse en Hebreewse bijbel.
    9. student legt de tot standkoming van de canon voor het OT uit.
    10. student schetst kort de geschiedenis van het oude Israël
    11. student omschrijft kort de verschillende betekenissen/ lagen van het OT
    12. student verklaart de noodzaak van exegese tijdens de periode van verlichting
    13. student beschrijft kort de verschillende kritiek-vormen onder de exegese
    14. student verklaart het verschil tussen diachrone en synchrone benadering van een tekst uit de bijbel
    15. student somt de verschillende benaderingswijzen van een tekst op en verklaart deze kort.
    16. student benoemt de literaire vorm voor een specifiek bijbelpassage (???)
    17. student beschrijft kort de belangrijkste teksten die een belangrijke rol speelden bij de overlevering van de teksten voor het OT
    18. student verklaart volgende uitspraak : vertaler = verrader
    19. student beschrijft de barrières/ problemen bij het ontstaan van het OT
    20. student geeft de grote indeling van het OT bij de Christenen
    21. student geeft aan tot welk gedeelte van het OT een boek hoort
    22. student omschrijft het verschil tussen bijbelse geschiedenis en de geschiedenis van het oude Israël
    23. student geeft de bijbelse chronologie
    24. student geeft het verschil weer tussen een minimalistische en maximalistische houding mbt historiciteit
    25. student geeft weer welke vertalingen we hebben in het NL voor de bijbel
    26. student geeft de 4 betekenissen die In de oude kerk en in de middeleeuwen werden gegeven aan de bijbelteksten
    27 student beschrijft kort welke kritiekvormen terug te vinden zijn onder historisch-kritische bijbeluitleg

    Antwoord

    • Dit onderwerp is gewijzigd 1 jaar, 10 maanden geleden door Myriam Smits.
    #3054
    Myriam Smits
    Moderator

    Beste Nathalie,
    Van harte dank voor deze voorzet. Bij deze vind je de verbeterde en aangevulde versie van de doelstellingen van de cursus Inleiding Bijbel OT.

    1. student zoekt op basis van een bijbelreferentie de juiste bijbelpassage op in de beschikbare bijbel.
    2. student leest een bijbelreferentie voor.
    3. student zet een voluit opgeschreven verwijzing naar een bijbelpassage om in een bijbelverwijzing met afkortingen en cijfers.
    4. student geeft de inhoud van de Pentateuch in hoofdlijnen weer.
    5. student verklaart de uitspraak ‘De bijbel is geen geschiedenisboek. De bijbel is een geloofsboek’
    6. student legt het onderscheid tussen canonieke, deuterocanonieke, en apocriefe boeken uit aan de hand van de inhoudstafel van de katholiek bijbel
    7. student omschrijft de waarde van de vondst in Qumran voor de bijbelwetenschap.
    8. student legt de Groninger hypothese uit
    9. student plaatst de vondst van Qumran op een tijdlijn
    10. student beschrijft waaruit de vondst van Qumran bestaat
    11. student verklaart de inhoudelijke lijn in de opbouw van de Hebreeuwse bijbel en de Septuagint
    12. student gebruikt de beschikbare informatie – die beschikbaar is in de bijbel- correct
    13. student verklaart de verschillen tussen de Hebreeuwse en Griekse canon
    14. student verklaart de verschillen tussen de bijbel in de RK- en protestantse traditie
    15. student verklaart de naam ‘Oude Testament’ voor het eerste deel van de Bijbel
    16. student beschrijft de achterliggende gedachtengang bij de opmaak van de Griekse en Hebreewse bijbel. (zelfde als 6)
    17. student legt de tot standkoming van de canon voor het OT uit.
    18. student somt de verschillende periodes in de geschiedenis van het oude Israël in chronologische volgorde op
    19. student verklaart het verband tussen de geschiedenis van Israël en de toepassing van de historisch kritische methode
    20. student verklaart het verband tussen de studie van de literaire genres en de toepassing van de historisch kritische methode
    21. student plaatst op een tijdlijn de volgende gebeurtenissen: uittocht-doortocht-intocht, koning David, splitsing Noordrijk – Zuidrijk, Assyrische ballingshap, Babylonische ballingschap, bouw tweede tempel-hervorming Ezra, Makkabeese opstand
    22. student verklaart de minimalistische en maximalistische houding met betrekking tot de historiciteit van de bijbel
    23. student verklaart welke teksten een rol hebben gespeeld bij de overlevering van de tekst van het Oude Testament.
    24. student legt de hypothese van de ‘documenten’ uit
    25. student schetst de verschillende fasen in de ontwikkeling van de historisch-kritische methode
    26. student verklaart de grondbeginselen van de historisch-kritische methode
    27. student somt de zeven (in sommige situaties: acht) fasen op die de historisch-kritische methode doorloopt
    28. student omschrijft kort de verschillende betekenissen/ lagen van het OT
    29. student verklaart de noodzaak van exegese tijdens de periode van verlichting
    30. student beschrijft kort de verschillende kritiek-vormen onder de exegese
    31. student verklaart het verschil tussen diachronische en synchronische benadering van een tekst uit de bijbel
    32. student geeft aan of een methode/benaderingswijze van de bijbel een diachronische of synchronische benadering is.
    33. student herkent het literaire genre van een specifiek bijbelpassage.
    34. student beschrijft kort de belangrijkste teksten die een belangrijke rol speelden bij de overlevering van de teksten voor het OT (zelfde als 18)
    35. student verklaart volgende uitspraak : vertaler = verrader
    36. student beschrijft de barrières/ problemen bij het ontstaan van het OT
    37. student benoemt de vier delen waaruit het OT in de christelijke traditie bestaat
    38. student benoemt de vijf boeken van de Pentateuch
    39. student geeft aan tot welk gedeelte van het OT een boek hoort
    40. student verklaart het verschil tussen grote en kleine profeten.
    41. student geeft een voorbeeld van een kleine profeet.
    42. student geeft een voorbeeld van een grote profeet.
    43. student omschrijft het verschil tussen bijbelse geschiedenis en de geschiedenis van het oude Israël
    44. student geeft de bijbelse chronologie
    45. student geeft het verschil weer tussen een minimalistische en maximalistische houding mbt historiciteit
    46. student geeft weer welke vertalingen we hebben in het NL voor de bijbel
    47. student geeft de 4 betekenissen die In de oude kerk en in de middeleeuwen werden gegeven aan de bijbelteksten
    48. student past de allegorische betekenis toe op ‘Jeruzalem’
    49. student past de anagogische betekenis toe op “Jeruzalem”
    50. student past de morele betekenis toe op ‘Jeruzalem’
    51. student past de letterlijke betekenis toe op ‘Jeruzalem’
    52. student beschrijft kort welke kritiekvormen terug te vinden zijn onder historisch-kritische bijbeluitleg
    53. student geeft een omschrijving van de volgende begrippen: canoniek, deuterocanoniek, apocrief, pseudepigraaf, pentateuch, tora, TeNaCH, Septuagint, masoretische tekst, Dode Zeerollen
    Ik zal deze lijst ook op het leerplatform plaatsen.

    met vriendelijke groet
    Myriam

    • Deze reactie is gewijzigd 1 jaar, 10 maanden geleden door Myriam Smits.
    • Deze reactie is gewijzigd 1 jaar, 10 maanden geleden door Myriam Smits.
2 berichten aan het bekijken - 1 tot 2 (van in totaal 2)
  • Je moet ingelogd zijn om een antwoord op dit onderwerp te kunnen geven.
x

We gebruiken cookies om u een optimale surfervaring te bezorgen en de website te verbeteren, indien u wil kan u uw voorkeuren aanpassen.

Toestaan Weigeren Aanpassen