All Posts

Home Forums Inleiding Bijbel – OT doelstellingen verwachtingen voor het vak inleiding OT Reageer op: doelstellingen verwachtingen voor het vak inleiding OT

#3054
Myriam Smits
Moderator

Beste Nathalie,
Van harte dank voor deze voorzet. Bij deze vind je de verbeterde en aangevulde versie van de doelstellingen van de cursus Inleiding Bijbel OT.

1. student zoekt op basis van een bijbelreferentie de juiste bijbelpassage op in de beschikbare bijbel.
2. student leest een bijbelreferentie voor.
3. student zet een voluit opgeschreven verwijzing naar een bijbelpassage om in een bijbelverwijzing met afkortingen en cijfers.
4. student geeft de inhoud van de Pentateuch in hoofdlijnen weer.
5. student verklaart de uitspraak ‘De bijbel is geen geschiedenisboek. De bijbel is een geloofsboek’
6. student legt het onderscheid tussen canonieke, deuterocanonieke, en apocriefe boeken uit aan de hand van de inhoudstafel van de katholiek bijbel
7. student omschrijft de waarde van de vondst in Qumran voor de bijbelwetenschap.
8. student legt de Groninger hypothese uit
9. student plaatst de vondst van Qumran op een tijdlijn
10. student beschrijft waaruit de vondst van Qumran bestaat
11. student verklaart de inhoudelijke lijn in de opbouw van de Hebreeuwse bijbel en de Septuagint
12. student gebruikt de beschikbare informatie – die beschikbaar is in de bijbel- correct
13. student verklaart de verschillen tussen de Hebreeuwse en Griekse canon
14. student verklaart de verschillen tussen de bijbel in de RK- en protestantse traditie
15. student verklaart de naam ‘Oude Testament’ voor het eerste deel van de Bijbel
16. student beschrijft de achterliggende gedachtengang bij de opmaak van de Griekse en Hebreewse bijbel. (zelfde als 6)
17. student legt de tot standkoming van de canon voor het OT uit.
18. student somt de verschillende periodes in de geschiedenis van het oude Israël in chronologische volgorde op
19. student verklaart het verband tussen de geschiedenis van Israël en de toepassing van de historisch kritische methode
20. student verklaart het verband tussen de studie van de literaire genres en de toepassing van de historisch kritische methode
21. student plaatst op een tijdlijn de volgende gebeurtenissen: uittocht-doortocht-intocht, koning David, splitsing Noordrijk – Zuidrijk, Assyrische ballingshap, Babylonische ballingschap, bouw tweede tempel-hervorming Ezra, Makkabeese opstand
22. student verklaart de minimalistische en maximalistische houding met betrekking tot de historiciteit van de bijbel
23. student verklaart welke teksten een rol hebben gespeeld bij de overlevering van de tekst van het Oude Testament.
24. student legt de hypothese van de ‘documenten’ uit
25. student schetst de verschillende fasen in de ontwikkeling van de historisch-kritische methode
26. student verklaart de grondbeginselen van de historisch-kritische methode
27. student somt de zeven (in sommige situaties: acht) fasen op die de historisch-kritische methode doorloopt
28. student omschrijft kort de verschillende betekenissen/ lagen van het OT
29. student verklaart de noodzaak van exegese tijdens de periode van verlichting
30. student beschrijft kort de verschillende kritiek-vormen onder de exegese
31. student verklaart het verschil tussen diachronische en synchronische benadering van een tekst uit de bijbel
32. student geeft aan of een methode/benaderingswijze van de bijbel een diachronische of synchronische benadering is.
33. student herkent het literaire genre van een specifiek bijbelpassage.
34. student beschrijft kort de belangrijkste teksten die een belangrijke rol speelden bij de overlevering van de teksten voor het OT (zelfde als 18)
35. student verklaart volgende uitspraak : vertaler = verrader
36. student beschrijft de barrières/ problemen bij het ontstaan van het OT
37. student benoemt de vier delen waaruit het OT in de christelijke traditie bestaat
38. student benoemt de vijf boeken van de Pentateuch
39. student geeft aan tot welk gedeelte van het OT een boek hoort
40. student verklaart het verschil tussen grote en kleine profeten.
41. student geeft een voorbeeld van een kleine profeet.
42. student geeft een voorbeeld van een grote profeet.
43. student omschrijft het verschil tussen bijbelse geschiedenis en de geschiedenis van het oude Israël
44. student geeft de bijbelse chronologie
45. student geeft het verschil weer tussen een minimalistische en maximalistische houding mbt historiciteit
46. student geeft weer welke vertalingen we hebben in het NL voor de bijbel
47. student geeft de 4 betekenissen die In de oude kerk en in de middeleeuwen werden gegeven aan de bijbelteksten
48. student past de allegorische betekenis toe op ‘Jeruzalem’
49. student past de anagogische betekenis toe op “Jeruzalem”
50. student past de morele betekenis toe op ‘Jeruzalem’
51. student past de letterlijke betekenis toe op ‘Jeruzalem’
52. student beschrijft kort welke kritiekvormen terug te vinden zijn onder historisch-kritische bijbeluitleg
53. student geeft een omschrijving van de volgende begrippen: canoniek, deuterocanoniek, apocrief, pseudepigraaf, pentateuch, tora, TeNaCH, Septuagint, masoretische tekst, Dode Zeerollen
Ik zal deze lijst ook op het leerplatform plaatsen.

met vriendelijke groet
Myriam

  • Deze reactie is gewijzigd 1 jaar, 10 maanden geleden door Myriam Smits.
  • Deze reactie is gewijzigd 1 jaar, 10 maanden geleden door Myriam Smits.
x

We gebruiken cookies om u een optimale surfervaring te bezorgen en de website te verbeteren, indien u wil kan u uw voorkeuren aanpassen.

Toestaan Weigeren Aanpassen